Om tot deze conclusies te komen deed hoogleraar Darinka Czischke (TU Delft) onderzoek bij een groep van 48 oudere bewoners in een Delftse woonwijk. Over de woonwensen van deze groep bestaan veel aannames, bijvoorbeeld dat ze hun grote (koop)huis niet op zouden willen voor een gemeenschappelijke woonvorm waarin bewoners meer omkijken naar elkaar. De studie test deze aannames met behulp van interviews, een excursie naar een gemeenschappelijk woonproject, en het samen ontwerpen van een gemeenschappelijke woonplek.
De resultaten van het onderzoek, die zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Berliner Journal für Soziologie, laten zien dat de onderzochte ouderen in eerste instantie geen enthousiasme tonen voor gemeenschappelijke woonvormen. Echter, wanneer zij hierin beter werden voorgelicht, onder andere via de excursie, kregen zij meer belangstelling voor deze woonvorm.
Vooroordelen over de woonvoorkeuren van ouderen
Het onderzoeksartikel laat zien dat valse aannames een grote rol spelen bij de woonvoorkeuren van ouderen. Zo bestaat er een vooroordeel over het concept van 'seniorenwoningen', wat doet denken aan aangepaste woningen met lagere drempels en bredere deuren. De woonvoorkeuren van ouderen hebben echter vooral te maken met ruimtelijkheid, (gedeelde) groene ruimtes en ontmoetingsplekken, die bijdragen aan de leefbaarheid van een woning.
Een andere belangrijke conclusie van het onderzoek is dat inkomensverschillen een grote invloed hebben op de mogelijkheden voor ouderen. Waar meer vermogende ouderen uit verschillende opties kunnen kiezen, bijvoorbeeld het aanpassen van hun huidige woning, ervaren minder vermogende ouderen minder keuzemogelijkheden. Zoals Czischke schrijft, kunnen collectieve woonvormen bij uitstek voor deze lagere inkomensgroep een goede optie zijn om hen meer zeggenschap te geven over hun woonsituatie.
Benieuwd naar het onderzoek?
Lees het volledige paper