Veerkracht van het burgercollectief

Het KennisPlatform CollectieveKracht is (mede) gebaseerd op het Instituties voor Collectieve Actie (ICA)-model dat binnen het Onderzoeksteam Institutions for Collective Action is ontwikkeld. Dit model is een hulpmiddel in het onderzoek naar en verklaren van de dynamiek en veerkracht van instituties voor collectieve actie, zoals de burgercollectieven genoemd. In het model zijn drie dimensies.

Producten en diensten

Elk burgercollectief begint met een groep mensen die een bijzondere reden hebben om zelf een initiatief te starten en de zeggenschap in eigen handen te houden. Ze willen een bestaande praktijk veranderen, een eigen voorziening creëren en brengen daartoe middelen bijeen, zoals producten, premies, kennis etc. Dit verwijst naar de bol ‘Producten & Diensten’ in het model.

Leden

De initiatiefnemers van een collectief bepalen criteria voor wie er mee mag doen en onder welke voorwaarden (kosten en baten, rechten en plichten). De rol van de deelnemers (mede-eigenaar, producent, klant-afnemer, aandeelhouder) kan verschillen op basis van soort doel en resources. Hierover gaat de bol ‘Leden’.

Organisatie en bestuur

De volgende stap is het kiezen van een organisatorische vorm en juridische entiteit. Dat kan een coöperatie, een onderlinge, een vereniging of een andere, minder formele institutionele vorm zijn. In elk geval worden afspraken gemaakt over de bestuurswijze en besluitvorming, de wijze van zeggenschap van leden/ klanten, en de inrichting van financiële en administratieve procedures. 

Veerkracht van het burgercollectief

Succesvolle ontwikkeling en veerkracht (resilience) van het burgercollectief wordt in hoge mate bepaald door de balans tussen de drie ‘bollen’. Daarbij zijn een aantal factoren van belang:

Nut

Als het nut van de middelen voor deelnemers aan het collectief minder wordt, dan vermindert ook de animo om producten of diensten af te nemen/aan te bieden. Daardoor daalt het niveau van participatie en betrokkenheid.

Gelijkwaardigheid (equity)

Een tweede factor is de mate waarin recht wordt gedaan aan de gelijkwaardigheid van leden (equity). Selectieve behandeling kan leiden tot onderlinge geschillen binnen het collectief en/of een groeiende afstand tussen bestuur en een groep leden.

Efficiency

Een derde factor is efficiency: is de organisatie goed ingericht, functioneert het collectief zoals bedoeld en worden de middelen effectief en efficiënt beheerd? Wantrouwen ligt op de loer als dit niet goed geregeld is en de verantwoording onvoldoende is.

Externe factoren

Naast de drie bovengenoemde interne factoren hebben ook externe factoren en omstandigheden invloed op de invulling en werking van dit model. Denk bijvoorbeeld aan de factoren tijd (historie) en plaats (locatie, land) en aan de omstandigheden die te maken hebben met bijvoorbeeld het politieke systeem, wetgeving, bevolkingssamenstelling, technische voorzieningen, mobiliteit en sociale verhoudingen.