Multi-stakeholder coöperaties: een verkenning van voor- en nadelen

02-11-2022

De geschiedenis kent weinig geslaagde voorbeelden van multi-stakeholder coöperaties, die gekenmerkt worden door meer typen leden en complexe vormen van zeggenschap. Het tij lijkt te keren. Birchall en Sacchetti zetten mogelijke voor- en nadelen op een rijtje.

Organisatie en bestuur

Zeggenschap

Nut

Exclusiviteit

Gelijkwaardigheid

Gelijke kansen

Overig

Coöperatie

Leden

Eigenaarschap
Ledensamenstelling
Ledentype

Niet elke single-stakeholder coöperatie - gericht op een exclusieve categorie leden, bijvoorbeeld boeren - werd bestuurd door uitsluitend een directe vertegenwoordiging van die leden zelf. In menig lokale consumentencoöperatie maakten medewerkers deel uit van het bestuur. Ook tal van boerencoöperaties en wooncoöperaties werkten met experts in het bestuur. Dit liet onverlet dat lidmaatschap bijna altijd exclusief was voor consumenten, boeren of bewoners.

Eigenaarschap en zeggenschap

Vanuit de klassieke economische theorie geredeneerd zou het niet slim zijn om meerdere stakeholders eigenaar te laten zijn, omdat het teveel tijd en inspanningen kost om de verschillende belangen op een lijn te krijgen en te houden. De governance zou nodeloos ingewikkeld, kostbaar en kwetsbaar worden, met een slechtere concurrentiepositie als gevolg. Tegen deze eenzijdig economische redenering zijn tal van argumenten ingebracht. Het gedeelde eigenaarschap van werknemers, consumenten en leveranciers zou bijvoorbeeld best kunnen samengaan met een complexe governance structuur. Als praktische voorbeelden worden genoemd: een structuur waarbij via een adviesraad de verschillende belangen tot een stem verzoend worden, voordat het algemeen bestuur beslist en/of een toezichtsraad die de besluitvorming op draagvlak controleert.

Het belangrijkste gedeelde belang van alle stakeholders is dat het bedrijf goed loopt en perspectief heeft. Daarbij spelen dan wel vragen als: moet iedereen altijd en in gelijke mate profiteren; wat is eerlijk en solidair? Het kost tijd en inspanning om hiervoor breed gedragen en duurzame oplossingen te vinden. Dat zoekproces past bij een coöperatie die niet alleen koerst op economische waarden. Lastig wordt dit voor coöperaties die aanvankelijk alleen producenten als lid hebben, maar die omwille van de behoefte aan extern kapitaal het lidmaatschap hebben verbreed naar investeerders.

Drie voorbeelden in vogelvlucht

Birchall en Sacchetti bespreken drie voorbeelden van eigentijdse multi-stakeholder coöperaties. Als onderdeel van de succesvolle Spaanse coöperatie Mondragon is de coöperatieve supermarkt Eroski actief (1969) met in 2017 1.600 winkels en 30.000 medewerkers. [Quiénes somos - Eroski Corporativo] De medewerkers zijn eigenaar mits zij zelf geïnvesteerd hebben (ongeveer 32% heeft dat gedaan), en de consumenten zijn lid. De algemene ledenvergadering bestaat uit 250 medewerkers en 250 vertegenwoordigers van consumenten. Zij kiezen een raad van bestuur bestaande uit 6  medewerkers en 6 consumenten.

Een andere constructie kent iCoop uit Zuid Korea, een retailer met 180 winkels en 17 fabrieken voor de verwerking van agrarische producten. De 237.000 consumenten zijn georganiseerd in 85 lokale consumentencoöperaties en de producenten in 17 coops. In de centrale coöperatie werken ze samen, waarbij een volledige integratie niet het doel is maar wel wederkerigheid en solidariteit. Er is bijvoorbeeld een fonds waarin leden betalingen vooruit doen om op die manier boeren vooraf zekerheid te bieden en te behoeden voor extra investeringen.

Als derde voorbeeld komen sociale coöperaties aan de orde, met name de Italiaanse vanwege de positieve werking van de wetgeving aldaar vanaf 1991. De cruciale vraag: is de doelgroep – bijvoorbeeld mensen met een beperking – zelf bij machte om te besturen en zelfs om volwaardig lid te zijn. In de praktijk heeft zich een grote verscheidenheid van eigenaarschap en zeggenschap ontwikkeld; een aanzienlijk aantal sociale coöperaties heeft gekozen voor een structuur van multi-stakeholders, waarbij vertegenwoordigers van de doelgroep - medewerkers, vrijwilligers, andere instellingen - betrokken zijn. Deze structuur past met name bij sociale coöperaties die een specifieke vorm van sociale onderneming zijn met accenten op sociale doelen, participatieve governance en bijzondere bestedingen van de winst.

Vragen voor onderzoek en gesprek

Een cruciale vraag is of een ‘single-stakeholder’ coöperatie/burgercollectief meer voor de hand ligt in een commerciële sector waar de concurrentie hoog is en de marktprijs leidend? Of omgekeerd: is een structuur met multi-stakeholders waarschijnlijker in een context waarbij de druk van de markt minder is (of de markt het laat liggen) en de prijzen worden vastgesteld in onderhandelingen met de partijen die (mede)financieren zoals overheden en fondsen, zoals vooral in de sociale sectoren (zorg en welzijn) het geval is. Een andere sleutelvraag is ook of multi-stakeholder governance wel mogelijk c.q. wenselijk is in een situatie waarbij slechts een groep eigenaar is? Wat zijn dan de garanties voor gedeeld engagement en collectieve actie?

In Nederland groeit het aantal burgercollectieven en coöperaties met meer dan een categorie leden. Ze zijn actief in diverse sectoren: zorg, voedsel, sociale coöperaties en gebiedsontwikkeling. Een bijzonder voorbeeld is de coöperatieve supermarkt Gedeelde Weelde in Maastricht. 

 

Birchall, J.&Sacchetti, S. (2017), The Comparative Advantages of Single and Multi-stakeholder Cooperatives, Euricse Working Papers, 95 | 17.

Cookie-instellingen